• Home
  • /
  • Blog
  • /
  • Je bruto marge is positief. Maar dekt het ook je productiecapaciteit?

Je bruto marge is positief. Maar dekt het ook je productiecapaciteit?

Laatst bewerkt:  april 7, 2026  |    Gepubliceerd: april 7, 2026

Ken jij het verschil tussen een product dat bijdraagt aan je winst, en een product dat je productiecapaciteit financiert?

Veel bedrijven weten het antwoord op de eerste vraag. Bijna geen enkel bedrijf heeft het antwoord op de tweede.


Bruto marge is niet genoeg

In de meeste kostprijsmodellen werken bedrijven met een bruto marge: verkoopprijs min de directe kosten (grondstoffen, directe arbeid, verpakking). Als die marge positief is, “draagt het product bij”.

Dat klopt maar er zit meer achter.

Want boven op die variabele kosten heb je een hele laag kosten die niet verdwijnen als je één product minder verkoopt: huur, afschrijvingen, onderhoud van machines, management, IT-infrastructuur, energie, kwaliteitssystemen en R&D, de investering in je volgende generatie producten.

Dit zijn vaste kosten en investeringen. Ze bestaan ongeacht je productievolume. En ze moeten ergens gedekt worden.

De vraag is: door wie?


Het absorptievraagstuk

In een gezond prijsmodel absorbeert elke euro omzet een deel van de vaste kosten. Dat noemen we volledige kostprijsabsorptie. Dat is het principe dat Kaplan & Bruns (Harvard, 1987) centraal stelden in Activity-Based Costing.

De redenering is eenvoudig: als je productiecapaciteit 2 miljoen euro per jaar kost aan vaste lasten, en je produceert 100.000 eenheden, dan moet elke eenheid gemiddeld €20 bijdragen aan die vaste kosten.

Doe je dat niet, dan zijn twee dingen mogelijk:

  1. Je prijst te laag, en de vaste kosten worden niet gedekt, ongeacht hoe fel je schaalt
  2. Je hebt een volumeprobleem, en je prijst correct maar draait te weinig volume om break-even te zijn

Beide scenario’s zijn gevaarlijk. Maar het eerste is verraderlijk, op je P&L lijkt alles oké zolang het volume hoog genoeg is, maar daar miskijken veel bedrijven zich op.


R&D: de meest onderschatte kostencategorie

De redenering die ik hoor: “R&D is een investering in de toekomst, niet in het huidige product.” En dat klopt deels. Maar wie financiert die investering?

Als je R&D niet doorrekent in je huidige prijzen, dan financieren je huidige klanten die investering niet en financier je hem dus uit je winst.

Een concreet voorbeeld: een productiebedrijf met 15 miljoen euro omzet investeert jaarlijks 600.000 euro in productontwikkeling. Dat is 4% van de omzet. Als die 4% niet zit in de kostprijscalculatie, dan moet die ergens anders vandaan komen: dividend dat niet uitbetaald wordt, reserves die slinken, of schulden die groeien.

Pricing is niet alleen een instrument om kosten te dekken. Het is ook een instrument om je toekomst te financieren.


Drie veel gemaakte fouten

Fout 1 — Vaste kosten verdelen op volume, niet op gebruik Een machine die €300.000 per jaar kost, wordt verdeeld over alle producten op basis van productievolume. Maar product A gebruikt die machine 3x intensiever dan product B. Resultaat: product A is te goedkoop, product B te duur.

Fout 2 — Investeringen activeren maar niet doorrekenen Een nieuwe productielijn kost 1,2 miljoen euro. Die wordt geactiveerd op de balans en afgeschreven over 10 jaar: €120.000 per jaar. Maar die afschrijving zit niet in de kostprijscalculatie van de producten die op die lijn gemaakt worden. Gevolg: de investering wordt boekhoudkundig correct verwerkt, maar pricing-technisch genegeerd.

Fout 3 — R&D als overhead behandelen R&D wordt als algemene overhead op alle producten verdeeld, niet gekoppeld aan de productlijnen die ervan profiteren. Een nieuw product dat 80% van het R&D-budget opslokt, draagt in de prijszetting evenveel bij als een bestaand standaardproduct. Structurele onderprijzing van nieuwe producten is het gevolg.


Wat je vandaag kunt doen

Stap 1 — Inventariseer je vaste kostenbasis Welke kosten zijn er ongeacht je volume? Huur, afschrijvingen, management, IT, kwaliteitssystemen. Zet ze op een rij.

Stap 2 — Koppel vaste kosten aan activiteiten Welke producten of productlijnen gebruiken welke vaste middelen? Een machine, een magazijn, een kwaliteitsafdeling — ze bedienen niet alle producten gelijk.

Stap 3 — Definieer je R&D-bijdragepercentage Hoeveel investeer je jaarlijks in R&D als percentage van de omzet? Dat percentage hoort als minimumbijdrage in je prijscalculatie.

Stap 4 — Bereken je break-even per productlijn Niet voor het hele bedrijf, maar per lijn. Welk volume heb je nodig om vaste kosten + investeringen te dekken bij huidige prijzen?

Stap 5 — Herbekijk je laagst-geprijsde producten Die hebben vaak de sterkste bruto marge, maar de zwakste bijdrage aan vaste kosten. Ze zijn populair om te verkopen, maar duur om te hebben.


Pricing is geen kostendekkingsoefening. Het is een strategisch instrument waarmee je beslist wie je toekomst financiert.

Volgende week: hoe je pricing gebruikt als strategisch signaal — verder dan kostendekkend denken.

Plan een gratis kennismakingsgesprek →

Thomas - profielfoto - square

Over de auteur

Thomas Lantmeeters

In 2021 besloot ik dat het mijn missie was om andere ondernemers te helpen bij het verwezelijken van hun dromen en daarom heb ik Proficio opgericht.

Meer blogs

Markup en marge zijn niet hetzelfde. En die verwarring kost je meer dan je denkt.
Wat kost je productie echt? Waarom de meeste productiebedrijven zichzelf structureel onderprijzen