• Home
  • /
  • Blog
  • /
  • Wat kost je productie echt? Waarom de meeste productiebedrijven zichzelf structureel onderprijzen

Wat kost je productie echt? Waarom de meeste productiebedrijven zichzelf structureel onderprijzen

Laatst bewerkt:  maart 17, 2026  |    Gepubliceerd: maart 17, 2026

Door Thomas Lantmeeters — Proficio

Ken jij de werkelijke kostprijs van je bestverkopende product?

De directe kosten ken je wel. Grondstoffen, arbeid, verpakking, … die staan netjes in je ERP.

Ik bedoel de volledige kostprijs. Inclusief de machineomschakeling, de planningsinspanning, de klantenservice die dat product met zich meebrengt.

De meeste bedrijven kennen dat antwoord niet. En zonder het te zien, betalen daar elke maand voor.

Vorig jaar deed ik een kostenanalyse bij een productiebedrijf met 40 miljoen omzet. Drie productlijnen. Eén daarvan bleek al twee jaar structureel verlieslatend. Niet door slechte inkoop of een slecht salesteam, maar omdat de indirecte kosten al jaren uniform verdeeld werden over alles wat het bedrijf produceerde.


De illusie van de bekende kostprijs

De meeste bedrijven denken hun kosten goed te kennen.

  • Grondstoffen en componenten
  • Directe arbeidsuren op de productievloer
  • Verpakking en directe verzendkosten

Dit zijn de kosten die je rechtstreeks kan toewijzen aan een bepaald product.

Maar dan zijn er de indirecte kosten. En daar zit vaak het probleem.


Indirecte kosten: de stille margevreters

Indirecte kosten zijn alle kosten die noodzakelijk zijn om je bedrijf te laten draaien, maar die je niet rechtstreeks aan één product of order kunt koppelen:

  • Productieoverhead — afschrijving van machines, onderhoud, energie, kwaliteitscontrole
  • Logistiek en magazijn — opslagkosten, orderpicking, intern transport
  • Commerciële kosten — salesteam, offertes, klantenopvolging, kortingen
  • Administratie en management — planning, facturatie, IT, directie
  • Financiële kosten — werkkapitaal, betalingstermijnen, kredietverzekering

Het probleem is niet dat die kosten onbekend zijn. Het probleem is hoe ze verdeeld worden.

De klassieke aanpak: neem de totale overhead, deel door het totale volume, en sla een percentage op over elk product. Simpel, snel, en helaas structureel fout voor elk bedrijf met meer dan één productlijn of meer dan één type klant.


Waarom uniforme overhead-spreiding jouw marge verwoest

Stel je voor: je produceert twee productcategorieën.

Product A is een standaard hardloper. Grote series, weinig omschakelingen, vaste klanten die groot en regelmatig bestellen.

Product B is een maatwerkproduct. Kleine series, veel machineomschakelingen, intensieve klantbegeleiding, frequente aanpassingen, spoedleveringen.

Beide producten krijgen bij een uniforme overhead-spread dezelfde indirecte kostentoewijzing per euro omzet. Maar in werkelijkheid verbruikt Product B misschien drie tot vier keer meer overhead-resources dan Product A.

Het gevolg?

  • Product A wordt structureel te duur geprijsd → je verliest volume aan concurrenten die scherper kunnen
  • Product B wordt structureel te goedkoop geprijsd → hoe meer je verkoopt, hoe meer je verliest

En op je P&L? Alles lijkt oké. Totdat het dat niet meer is.


De academische onderbouwing: Activity-Based Costing

Dit is geen nieuw inzicht. In 1987 beschreven Robert Kaplan en William Bruns aan de Harvard Business School wat ze Activity-Based Costing (ABC) noemden.

Hun kernboodschap was radicaal simpel: kosten worden veroorzaakt door activiteiten, niet door volumes.

Een product dat veel machineomschakelingen vereist, is duurder dan een product dat continu loopt, ook als het volume identiek is. Een klant die tien kleine orders per maand plaatst kost meer te bedienen dan een klant die één grote order plaatst.

Door kosten te koppelen aan de activiteiten die ze veroorzaken in plaats van aan volumes, krijg je een fundamenteel accurater beeld van wat elk product, elke klant en elke productielijn je echt kost.

Wat dit concreet betekent voor jouw bedrijf

Stel: je hebt twee klanten met elk 600.000 euro jaaromzet.

Klant AKlant B
Orders per jaar6 grote orders90 kleine orders
Betalingstermijn30 dagen75 dagen
KlantenserviceWeinig contactWekelijks overleg, aanpassingen
SpoedleveringenNooitRegelmatig
Werkelijke cost-to-serveLaag3-4x hoger

Traditionele kostprijsberekening ziet twee even winstgevende klanten. De realiteit is radicaal anders.


De drie kostenvalkuilen die ik het vaakst tegenkom

1. De overhead-deken

Alle indirecte kosten worden als één percentage over alle producten gegooid. Het resultaat: complexe producten en veeleisende klanten worden gesubsidieerd door eenvoudige producten en efficiënte klanten. De beste klanten betalen voor de slechtste deals.

2. De onzichtbare kosten

Kosten die niet in het ERP staan, “bestaan niet” in de pricing. Denk aan:

  • De tijd die jij als zaakvoerder besteedt aan grote probleemklanten
  • De verborgen kost van herwerk en kwaliteitsincidenten
  • Het werkkapitaal dat vastzit in trage producten of late betalers

3. De schaalillusie

“Bij hogere volumes dalen onze kosten.” Dat klopt voor variabele kosten. Maar de indirecte kosten die meegroeien met complexiteit, meer SKU’s, meer klanten, meer aanpassingen, schalen mee omhoog. Bedrijven die groeien van 15M naar 50M omzet zonder hun kostenstructuur te herdenken, groeien zichzelf vaak in de knel.


De zelftest: hoe goed ken jij jouw kostenstructuur?

Beantwoord eerlijk de volgende vijf vragen:

  1. Ken je de exacte cost-to-serve voor je tien belangrijkste klanten?
  2. Weet je welke producten in je assortiment structureel verlieslatend zijn?
  3. Zijn je indirecte kosten gedifferentieerd per productlijn of uniform verdeeld?
  4. Weet je hoeveel een machineomschakeling, spoedorder of klacht je werkelijk kost?
  5. Worden nieuwe investeringen en afschrijvingen doorgerekend in je verkoopprijs?

Twee of meer keer “nee”? Dan is de kans groot dat je marge lekt op plaatsen die je vandaag nog niet ziet.


Waar te starten: vijf concrete stappen

Stap 1 — Breng je indirecte kosten in kaart Lijst alles op wat niet rechtstreeks op een productieorder staat. Zorg dat je een volledig beeld hebt van je totale overheadmassa.

Stap 2 — Groepeer per activiteit Logistiek, klantenservice, kwaliteitscontrole, administratie, commercieel. Maak zinvolle clusters die aansluiten bij hoe je bedrijf écht werkt.

Stap 3 — Koppel activiteiten aan producten en klanten Welke producten en klanten veroorzaken welke activiteiten? Een eerste schatting geeft al verrassende inzichten.

Stap 4 — Bereken een eerste cost-to-serve Bereken voor je vijf grootste klanten en je vijf meest verkochte producten een ruwe cost-to-serve. Vergelijk die met de huidige marge die je denkt te maken.

Stap 5 — Confronteer dit met je huidige prijzen Dit is het meest ongemakkelijke, maar ook het meest waardevolle moment. Zijn de marges die je verwacht ook de marges die je werkelijk behaalt?


De kern van de zaak

Pricing is de krachtigste hefboom voor winstgevendheid in elk productiebedrijf. Maar die hefboom werkt alleen als ze verankerd is in een accurate kostenrealiteit.

De bedrijven die ik zie uitgroeien tot echt winstgevende, schaalbare ondernemingen hebben één ding gemeen: ze kennen hun cijfers.

Dat is het fundament. Alles wat je daarna doet aan pricing, positionering of groei, bouwt daarop.


Ben je benieuwd wat een grondige analyse van jouw kostenstructuur en pricing zou opleveren? Ik doe een gratis kennismakingsgesprek waarbij ik vooraf al jouw cijfers bekijk. Plan een gesprek via groeiondersteuning.be

Thomas - profielfoto - square

Over de auteur

Thomas Lantmeeters

In 2021 besloot ik dat het mijn missie was om andere ondernemers te helpen bij het verwezelijken van hun dromen en daarom heb ik Proficio opgericht.

Meer blogs

Markup en marge zijn niet hetzelfde. En die verwarring kost je meer dan je denkt.